vrijdag 17 juni 2016

Nr. 11 Brediuspark

Nr. 11, 17 juni 2016

EEN  AKELIG  MENS  IN  HET  BREDIUSPARK

Zo’n jaar of elf wonen wij, vrouw, hondje en ik, nu in Woerden tegenover een mooi park, dat vroeger een landgoed was: het “Brediuspark”. Dit landgoed behoorde vroeger aan de familie Bredius. Ooit was een “Bredius” burgemeester van Woerden en heel vroeger werd het landgoed gebruikt voor landbouw en veeteelt. Toen heette het landgoed “Batestein”, behorende tot de polder “Het Oude Landt”. Het zwembad vlak bij heet nog steeds Batestein.

In 1963 werd het landgoed door de gemeente Woerden onteigend. De familie Bredius had nog wel bepaald dat er nooit gebouwd mocht worden in het park, maar toch dreigde dat te gebeuren. Omdat er veel geprotesteerd werd door de burgers van Woerden is het grootste deel gelukkig nog steeds park. Er staan wel wat gebouwen aan de rand zoals een verzorgingshuis en service appartementen. De  prachtige villa “Rijnoord”, werd ooit gebouwd en bewoond door Jacobus Bredius en is onlangs geheel in stijl gerestaureerd. Ook de boerderij van Cornelis Jan Bredius, met bijgebouw, staat er nog steeds. In 1977 werd deze prachtige hoeve tot rijksmonument verklaard. Helaas is het hoofdgebouw in 2008 door brandstichting in vlammen opgegaan en de ruïne is nog steeds niet opgebouwd, wat eigenlijk een grote schande is. De brandstichting is, voor zo ver ik weet, nooit opgeklaard. Er zijn nu (in 2016) eindelijk wat vage plannen om het huis weer op te bouwen en men zoekt er nu ook een bestemming voor. Het park intussen overgedragen aan een stichting en die heeft, met subsidie, al behoorlijk wat verbeteringen aangebracht.

Waar ligt dit park precies? Het is gelegen westelijk van de weg naar Kamerik, de Oudelandseweg. Oostelijk grenst het aan één van de singels en het einde van de Kievitstraat. De zuidkant van het park grenst aan het laatste deel van de “s-Gravensloot”. Dit prachtige weggetje, dat de grens vormt tussen Kamerik en Woerden bestaat uit een smalle rijstrook tussen twee sloten met oude knotwilgen. Aan de Kamerikse kant van dit laantje staan een aantal mooie, soms monumentale boerderijen, maar ook een stel vrijstaande, modernere woningen. Aan de andere zijde ligt dus het Brediuspark en daarna allerlei woonhuizen.

De “s-Gravensloot vormt de grens tussen de Kamerikse polder en de bebouwde kom van Woerden. Deze “sloot” is een belangrijke doorgangsroute, waarvoor het weggetje echter totaal ongeschikt is en eigenlijk afgesloten zou moeten worden voor doorgaand verkeer. Woerden is sowieso een verkeerstechnische ramp.

Al ruim veertig jaar wandelen wij met veel plezier in dit fraaie landgoed. Het is eigenlijk een wonder dat het park er nog is want de gemeente keek (kijkt?) altijd met begerige blikken naar het park en zou het graag vol willen bouwen. In 1966 werd het park opengesteld voor het publiek.

Waarom is dit park zo interessant? Er is van alles te zien en te doen. Zo is er een arboretum met allerlei oude hoge bomen, diverse boomgaarden met hoogstam appel- en perenbomen. Ertussen lopen brede en smalle slootjes met gele plomp en witte waterlelies.

Er zijn allerlei bosschages, waarvan sommige niet betreden kunnen worden, zodat de natuur daar z’n gang kan gaan. Er zijn enkele flinke weiden voor schapen en koeien en er is een flink sportveld.

Dit alles heeft er voor gezorgd dat er veel soorten vogels voorkomen, mezen, vinken, reigers, ijsvogels, sterntjes, uilen, torenvalkjes, Vlaamse gaaien, aalscholvers, reigers en vooral “drijfsijsies”, zoals allerlei eenden, normale maar ook mandarijn- en krakeenden. Te zien zijn eveneens allerlei soorten ganzen: grauwe gans, Canadese gans, brandganzen en nijlganzen; verder nog zwanen, waterhoentjes, futen, vooral meerkoeten en soms veel meeuwen. Ook hoor ik een enkele keer een koekoek. Volgens mij zijn er wel veel te veel kauwen en kraaien. Duiven zijn er ook veel maar of dat erg is? Ook de vele konijnen doen volgens mij weinig kwaad. Die zouden een bedreiging kunnen zijn voor de pas aangelegde moestuin, maar deze is begrensd door slootjes en een “konijnproof” hek.

In het park is ook al heel lang een kinderboerderij “Kukeleboe” waar vooral geiten, bokjes, gevlekte schaapjes een thuis hebben, zeer aantrekkelijk . Ook zijn er kippen en hoor ik de haan kraaien.

Het bijgebouw van de Brediushoeve is nu een “Educatief centrum voor Natuur en Milieu” waarin af en toe exposities rond een natuurthema worden gehouden. Naast dit gebouw ligt de Heemtuin met een grote variatie inheemse planten, de meeste voorzien van naambordjes. Het is heel leerzaam om er in rond te lopen. Er zijn verschillende perkjes: “stinzenplanten”, leuke namen hoekje, kruidentuintje, verfplanten, graanakkertje, moestuintje en overal bloemen! Een paar “leuke” namen? Lieve vrouwen bedstro, hemelsleutel, vingerhoedskruid, hoe langer hoe liever, schildersverdriet, jacobsladder, duizendschoon en nog veel meer. En de ”stinzenplanten”? Dat zijn uitheemse planten die al lang geleden ingevoerd zijn en het hier goed blijken te doen!

In het park zelf tiert alles welig en ziet men in de bermen alles wat de Nederlandse natuur te bieden heeft: In het voorjaar begint dat  met sneeuwklokjes en wilde narcissen. Dan komen: speenkruid, paardenbloemen, toeterlof (fluitenkruid), “look zonder look”, Pinksterblom, gele lis, bloeiende klaver, dotterbloemen, volop boterbloemen, ineens is daar de knalrode klaproos, dan de gele leeuwenbekjes, blauwe klokjes, lila wikke, volop roze en witte valeriaan en….een enkele korenbloem!. En in juni? Dan schieten de grassen de lucht in en groeit het riet langs de sloten meters hoog. Heel jammer maar dan moet er op zeker moment, in de zomer gemaaid worden, anders zou het park te rommelig en onbegaanbaar worden.

Ieder voorjaar is het weer een prachtig gezicht als de fruitbomen in de diverse boomgaarden bloeien. Ook het jonge groen, de uitlopende knotwilgen en het meters hoge toeterlof wat weer de grond uitschiet, maken ons ieder jaar weer blij. Maar laten we ook de andere jaargetijden niet vergeten. Zo is het park in de herfst met z’n prachtige kleuren erg fotogeniek en ’s winters is een besneeuwd Brediuspark met blauwe hemel helemaal wonderschoon.  

Wat is eigenlijk de geschiedenis van de familie Bredius en het park? Op de website; “verhaalvanwoerden.nl” stond een artikel over de familie Bredius en het landgoed. Hier volgt het (enigszins ingekort):      

“In Woerden en omgeving bestonden de stads- en dorpsbesturen in de eerste helft van de 19e eeuw uit leden van een paar families en groepen, die ook in de polderbesturen, provinciale besturen en kerkbesturen een belangrijke rol speelden. Het waren vooral liberale heren van hervormde huize met niet al te drukke banen, die het zijn van burgemeester of wethouder als bijbaantje beschouwden. Tussen 1825 en 1875 was de belangrijkste familie in onze gemeente de familie Bredius. De eerste Woerdense Bredius was mr Jacobus Bredius, geboren in Maarssen, die zich in 1812 in Woerden had gevestigd als notaris. Rond 1820 kocht hij grote stukken land in de polder Oudeland, het latere “bos van Bredius”. In 1824 werd Jacobus Bredius burgemeester van Woerden. Hij stierf al in 1826. Zijn zoon Cornelis Jan was met zijn 22 jaar nog te jong om hem in Woerden op te volgen, maar voor kleinere plaatsjes was zijn leeftijd helemaal geen probleem. In 1825 werd hij, 21 jaar oud, al burgemeester van Barwoutswaarder, Rietveld en Waarder en twee jaar later werd hij burgemeester van Kamerik, de Houtdijken en ’s-Gravesloot. Vanuit die positie bouwde Cornelis Jan Bredius zijn macht uit: hij werd lid van Provinciale Staten van Zuid-Holland (waartoe Woerden toen  behoorde) en in 1849 dijkgraaf van het Groot-Waterschap van Woerden. Vanaf 1850 begonnen de hoogtijdagen van zijn macht. In Woerden was toen een arts, Isaac de Brauw, burgemeester. Hij wilde zijn hoofdberoep niet afstoten en legde het burgemeesterschap neer. Er was geen twijfel over wie hem moest opvolgen: Cornelis Jan Bredius. Hij moest dan echter wel een paar andere functies neerleggen: het burgemeesterschap van de drie Kamerikse gemeentes en van Zegveld, waar hij in 1850 ook al burgemeester was geworden. In Barwoutswaarder, Rietveld en Waarder bleef hij nog tot 1855 burgemeester om de functie in de familie te kunnen houden: zijn zoon mr Jacobus Bredius, advocaat, was met zijn 26 jaar toen oud genoeg om dat baantje over te nemen.

Cornelis Jan Bredius breidde het grondbezit van de familie in de polder Oudeland uit en liet in 1853 de boerderij Batestein bouwen, die hij verpachtte. In 1863 bouwde hij voor zichzelf de villa Rijnoord aan de Oostdam, bij de Snellerbrug. In datzelfde jaar trad hij af als burgemeester van Woerden; vier jaar later legde hij de functie van dijkgraaf neer en in 1871 is hij te Woerden overleden.

Enkele jaren later was de invloed van de familie in Woerden voorbij. Mr Jacobus Bredius, de burgemeester, werd officier van Justitie in Leiden en verliet de stad; een andere zoon werd directeur van de kruitfabriek in Naarden en zijn twee dochters verlieten Rijnoord begin jaren ’80 van de 19e eeuw. De familie Bredius bleef nog lang eigenaar van het landgoed en een achterkleinzoon keerde als landbouwer en fruitkweker in de jaren ’20 terug naar de boerderij Batestein. Deze Arnold Bredius kwam in de jaren ’50 in strijd met de gemeente Woerden, die het ‘bos van Bredius’ voor woningbouw wilde bestemmen en het in 1966 tenslotte onteigende. Woningbouw is er echter niet gekomen: nog altijd is Bredius een groot park, een oase voor wandelaars en liefhebbers van de natuur. In Woerden zijn het bos, de villa Rijnoord en de restanten van de in 2008 afgebrande boerderij Batestein de laatste herinneringen aan de machtige familie Bredius.”

Dit over de geschiedenis van het Brediuspark.



Maar nu de titel van dit verhaal. Ooit las ik Hildebrands verhaal in de Camera Obscura over: “Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout”. Maar wie is nu dat “Akelige mens in het Brediuspark”? Dat blijk ikzelf te zijn en dat heeft te maken met onze hond, die heel lief is maar zich helaas niet met alle andere honden goed verdraagt. Loslopen mag hier bijna nergens dus loopt ze  meestal aan de lijn en áls ze losloopt en we iemand anders met een hond aan zien komen, lijnen we onze hond altijd direct aan. Helaas doen anderen dat heel vaak niet en dan gaat het wel eens mis, met een hoop gegrauw en gegrom en soms bijten. Vaak gebeurt het volkomen onverwacht en hoe reageer ik dan?: “Hou @:>& je hond aan de lijn als je hem niet de baas bent”. Tja en dan krijg ik wel eens , het één en ander naar m’n hoofd geslingerd: “Ouwe demente l..l , dat je sterft aan de prostaat k……!, en ’s ochtends vroeg, als ik alleen loop met de hond: “Wat ben je toch een akelige klier!” Waarom? Omdat ik een beetje liep te joggen met onze hond, terwijl dat scheldende mens zelf ook geen voorbeeld is. Dan ging iemand ook nog bijna met mij op de vuist, toen z’n loslopende Duitse herder op onze fox afstormde en ik hem (iets te luid) vroeg of hij niet gelezen had dat honden niet los mogen lopen (behalve op aangewezen veldjes). De gemeente Woerden heeft iedere hondeneigenaar namelijk een brochure gestuurd over wat wel en niet mag, zoals loslopen, kak opruimen.

Wat is er toch aan de hand? Krijgen de mensen hier een steeds korter lontje? Worden we steeds agressiever en ongehoorzamer? Is ons land gewoon te vol? Of ben ik echt een “akelige klier” in het Brediuspark? Vraag het maar aan de anderen.












maandag 30 mei 2016

Nr. 10 DOOFPOT


Nr. 10  DOOFPOT,    29 mei 2016

De commissie Oosting meldt zich op zekere dag, volgens afspraak, bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie om de bonnetjes affaire te onderzoeken.

Hebben jullie hier misschien één of meer doofpotten?” 

“Doofpotten, wat zijn dat precies?

Nou dat zal hierna uitgelegd worden. Zoals vele, wat oudere mensen hebben wij er één in huis, een hele mooie, van rood koper met een messing deksel, ooit geërfd. Helaas, hij staat in de kast: “past niet in het interieur”, te gedateerd.
         De commissie begon het ministerie uit te leggen wat een doofpot is:

"Een doofpot is oorspronkelijk een pot waar, in woningen met kachelverwarming, de nog niet uitgebrande brandstof in werd gestopt. Doordat de pot luchtdicht gesloten kan worden, stopt de verbranding al gauw, door gebrek aan zuurstof. De overgebleven resten brandstof kunnen opnieuw worden gebruikt. Hout kan in de doofpot door gebrek aan zuurstof verkolen tot houtskool.
In een middeleeuwse stad met houten huizen was het systematisch gebruik van de doofpot erg belangrijk ter voorkoming van brand. Het laten branden van een kachel of haard zonder toezicht was erg gevaarlijk.  In de moderne betekenis wordt "in de doofpot stoppen" figuurlijk gebruikt, om aan te geven dat men onwelgevallige gebeurtenissen liever niet in de openbaarheid brengt en er zo veel mogelijk over zwijgt. Als de gebeurtenissen toch worden ontdekt, wordt er schande gesproken van het verzwijgen. Algemeen is men van mening dat een overheid of een directie van een bedrijf zaken niet in de doofpot zou mogen stoppen, maar ermee naar buiten zou moeten treden.
Wordt achteraf ontdekt dat een bepaalde zaak in de doofpot is gestopt, dan spreekt men van een doofpotaffaire. Het paradoxale van doofpotaffaires is dat hun bestaan pas aan het licht treedt wanneer het deksel van de doofpot gaat. Hoeveel zaken in de doofpot worden gehouden is derhalve niet bekend, een omstandigheid die complottheorieën en paranoia bevordert. Het bestaan van een doofpot wordt vaak bekend dankzij het optreden van een klokkenluider.
Sinds de nasleep van de Bijlmerramp is ook de term "onder de pet houden" in zwang. Het Engelstalige equivalent voor de Nederlandstalige doofpot is "cover-up"."
 Nogmaals de vraag van de commissie:
          
         "Hebben jullie echt geen doofpotten hier?"
“Nee”, antwoordde het ministerie, “Wij hebben hier géén doofpotten in huis !” 
Maar we willen toch even goed zoeken.”
Maar helaas, de commissie Oosting kon geen doofpotten vinden, daarvoor was de puinhoop op het ministerie te groot. 

Bronnen o.a. Wikipedia , internet















.

vrijdag 8 april 2016

NR 9 Tunnel van Leeuwarden naar Maastricht


TUNNEL  LEEUWARDEN  - MAASTRICHT

Deze afstand bedraagt per trein zo’n 300 km, in rechte lijn (over land) 260 km. Als we nu een tunnel in rechte lijn boren tussen deze steden, hoeveel korter zou die tunnel dan zijn en wat zou het diepste punt van de tunnel zijn? Daarvoor moeten we gaan rekenen met behulp van “goniometrie” (hoekmeting).

We noemen de afstand (over de aarde} tussen Leeuwarden en Maastricht “A” (260 km) en geven de afstand tot het diepste punt de letter “D”. De straal van de aardbol is “R”.  Pi = 3,14159265








         

                   





De omtrek van de aarde is ongeveer 40.000 kilometer. Daaruit volgt dat de straal “R” gelijk is aan: 40.000 : 2π = 6366,198 km.  

In de figuur zien we de hoeken “a” en twee rechthoekige driehoeken met zijden: R, R-D en de helft van de tunnel.

Als we nu de waarde en de cosinus van hoek “a” kennen, kunnen we diepte D berekenen, want cosinus “a” is (R-D) : R.

Nu moeten we eerst de waarde van hoek “a” bepalen.

Deze is 0,5 x (A : aardomtrek) x 3600, dus 0,5 x (260 : 40.000) x  3600 = 1,170 .

Cos 1,170 = 0,99979151185.  Hieruit volgt dat:

Cos 1,170 = R - D  =   6366,198 - D    =  0,99979151185

                    R            6366,198

Kruiselings vermenigvuldigen geeft:

6366,198 – D = 0,99979151185 x 6366,198

D = 6366,198 – (0,99979151185 x 6366,198 ) =

6366, 198 – 6364,8706 = 1,3274 km = 1327 meter.

Sin a is gelijk aan de halve tunnellengte gedeeld door R.

De lengte van de tunnel is dus: 2 R sin a.

Sin 1,170 = 0.02041893309

Lengte tunnel is dus: 2 x 6366,198 x  0.02041893309 = 259,98 km

De tunnel blijkt in deze berekening dus nauwelijks korter, maar het diepste punt van de tunnel ligt wel 1327 meter onder het aardoppervlak.



woensdag 23 maart 2016

STELLING van FERMAT Nr.8 22 februari 2016


STELLING van FERMAT   Nr. 8,   22 februari 2016

Onlangs, bij “De Wereld Draait Door”, vertelde Professor Vincent Icke van de Universiteit van Leiden wat over de “stelling van Fermat”.  Pierre Fermat, een Franse wiskundige stelde in de 17e eeuw het volgende:

“Er bestaan geen positieve gehele getallen a, b, c,
zodanig dat an + bn = cn voor n groter dan 2”. 

Deze meneer Fermat schreef er ook nog bij dat hij deze stelling had bewezen, maar helaas heeft men dat bewijs van hem nooit kunnen vinden. Na 300 jaar, in 1995,  heeft nu ook een Britse professor, Andrew Wiles, de stelling eindelijk kunnen bewijzen. En waarom kwam dit in het nieuws? Omdat hij hiervoor nu pas de Nobelprijs voor de wiskunde mocht ontvangen. Professor Andrew had voor het bewijs trouwens 100 pagina’s nodig en op dit uitgebreide bewijs ga ik maar niet in. Waarom schrijf ik er dan wat over? Omdat ik me er indertijd in verdiept heb en toen iets ontdekt heb.

Wat houdt deze stelling nu eigenlijk in? Dan moeten we even naar de “stelling van Pythagoras”, die zegt dat “de som van de  kwadraten van de rechthoekszijden van een rechthoekige driehoek gelijk is aan het kwadraat van de schuine zijde”.

Wiskundig geschreven:

a2 + b2 = c2  (1)

Deze formule geldt voor elke rechthoekige driehoek, maar de bekendste combinatie van gehele getallen, die aan deze formule voldoet is: 3, 4 en 5, want 32 = 9, 42 = 16, 52 = 25.

32 + 42 = 52  of  9 + 16 = 25

Meerdere combinaties (hele) getallen voldoen eveneens aan de stelling, bijvoorbeeld 5, 12 en 13.

52 + 122 = 132  of  25 + 144 = 169

Daar we deze getallen steeds weer kunnen verdubbelen, zijn er oneindig veel combinaties van gehele getallen die aan de formule (1)  voldoen.

Nemen we nu een hogere macht dan 2, dus 3, 4, etc. dan zijn er volgens Fermat geen combinaties van 3 gehele getallen die aan de formule  voldoen en dat heeft prof Andrew dus kunnen bewijzen. Maar toen ik mij indertijd in deze materie verdiepte kwam ik op het idee om te proberen of het misschien met 4 derde machten wél lukt en dat blijkt inderdaad het geval. We krijgen dan:

a3 + b3 + c3 = d3 (2)

Nemen we nu 3, 4, 5 en 6 voor a, b, c en d, dan krijgen we dus:

33 + 43 + 53 = 63

27  + 64 + 125  = 216   en dit is juist

Ik heb nog een werkende combinatie gevonden namelijk:
       33 +  103  +  183 =  193    27 + 1000 +  5832  =  6859     

Zou hetzelfde nu ook waar zijn voor 5 hele getallen tot de macht 4?

                a4 + b4 + c4 + d4 = e4 (3)

34 + 44 + 54 + 64 is ongelijk aan 74
81 + 256 + 625 + 1296  =  2258

2258 is ongelijk aan: 74 = 2401

Dit klopt dus niet en ik heb (nog) geen combinatie van gehele getallen gevonden die wél voldoet, gevonden. Daar de vierde machten van de hele getallen 1 t/m 9 op 1, 5 en 6 eindigen zal dit, volgens mij, ook niet lukken. Over vijfde en verdere machten heb ik nog niet nagedacht. Heb ik toch iets ontdekt? Misschien, maar geen stelling van Jacob helaas.



Bronnen:

- Vincent Icke, DWDD

- “Zoektocht van een ongeleerde”, hoofdstuk 19















 

 


maandag 7 maart 2016

CO2 gehalte van de aardatmosfeerr Nr. 7 , 7 maart 2016


CO2 gehalte van de aardatmosfeer, Nr 7,  7 maart 2016

Op internet kwam ik weer eens wat tegen over CO2. Al eerder, in 2007, kreeg ik interesse in dit broeikasgas. Ik las toen dat de lucht, volgens bepaalde bronnen, 0,04 (volume)% CO2 zou bevatten. Ten opzichte van de 0,025 % van vóór de industriële revolutie, was dat een zorgelijke stijging en men vond dat er wat aan gedaan moest worden. Daar is bitter weinig van terecht gekomen, de CO2 uitstoot neemt zelfs nog steeds toe!

Ik wilde er wat meer over weten en vroeg me af wat het gewicht van die vierhonderdste procent kooldioxide zou zijn. Daar ik dergelijke gegevens (toen) nergens kon vinden begon ik zelf maar te rekenen. Ik ging uit van het feit dat de barometrische druk gemiddeld 1000 millibar bedraagt zodat op iedere vierkante centimeter aarde 1 bar (ongeveer 1 kg)  lucht drukt. De totale oppervlakte van de aarde in cm2 kan met de aardomtrek van 40.000 km berekend worden. Verder is CO2 ongeveer 1,5 maal zwaarder dan lucht en zo kwam ik op een totaal gewicht van ongeveer 3000 Gigaton CO2 (1 Gigaton = 1 miljard ton) in de atmosfeer. Ook berekende ik dat daar elk jaar 30 Gigaton bij komt, namelijk de uitstoot van alle landen tezamen. Deze getallen kon ik toen niet bevestigd krijgen, maar thans zijn deze  gegevens over CO2 wél aanwezig op internet.

In 2015, las ik dat de CO2-concentratie de 400 ppm (parts per million) had bereikt. Is 400 ppm gelijk aan 0,04% ? Tot mijn verbazing blijkt dat 400 ppm CO2 óók neerkomt op 3000 Gigaton. Dat las ik op een website van “Hier Klimaatbureau”, maar waarschijnlijk stammen de gegevens niet uit 2016 maar uit 2014. Zou de totale hoeveelheid CO2 sinds 2007 niet toegenomen zijn? Óf die 0,04 % in 2007 klopte niet, óf mijn berekening is onjuist, want op die (ongedateerde) website van het “Hier Klimaatbureau” las ik het volgende.

“In totaal bevat de atmosfeer nu 3000 gigaton CO2. Jaarlijkse wordt daar door industrie, huishoudens en verkeer ongeveer 30 Gigaton aan toegevoegd. Daar boven op komt de uitstoot als gevolg van ontbossing. Deze wordt geschat op ruim 6 Gigaton. Ongeveer een derde deel van alle CO2 die wordt uitgestoten wordt opgenomen door oceanen en ongeveer een zesde deel door bossen. In totaal wordt jaarlijks dus een kleine 20 Gton toegevoegd. Daardoor stijgt de concentratie met ongeveer 2 ppm per jaar.” 

Over de CO2 concentratie in ppm schrijft men:
“Vóór de industriële revolutie bedroeg deze concentratie ongeveer 250 ppm. Door grootschalige verbranding van fossiele brandstoffen, in combinatie met voortzettende ontbossing, is de wereldwijde CO2-concentratie inmiddels opgelopen tot bijna 400 ppm, een toename van ruim 50% procent.” 

Men stelt hier dat de CO2 concentratie nu “bijna 400 ppm” bedraagt, daarom vermoed ik dat de gegevens stammen uit 2014 want in 2015 werd de 400 ppm voor het eerst bereikt, zo vermeldde het nieuws toen.
Op de laatste klimaatconferentie in Parijs is afgesproken dat de temperatuurstijging van de aarde, vóór het einde van deze eeuw,  beperkt moet blijven tot 2 graad Celsius (liever nog tot 1,5 graad), om te voorkomen dat de zeespiegel teveel stijgt.

Volgens een andere studie (2016) van het “Planbureau voor de Leefomgeving” wordt die stijging van 2 graad trouwens al over 20 jaar bereikt. Men wil deze beperking van de temperatuurstijging  bereiken door de CO2 uitstoot van de wereld verder te verminderen. Vele landen, waaronder Nederland, hebben dat inderdaad beloofd. Daarom worden er nu bij ons in hoog tempo windmolens geplaatst, zonnepanelen op daken aangebracht en elektrische auto’s gestimuleerd. De gloednieuwe kolencentrales wil men sluiten en zelfs met onze enige kerncentrale (die geen CO2 uitstoot) wil men stoppen.
Volgens de zelfde studie mag nog 1000 Gigaton CO2 uitgestoten worden om onder die 2 graden te blijven. Maar ik lees ook dat op dit moment de uitstoot van alle landen tezamen 40 Gigaton CO2 per jaar bedraagt!

Is dit allemaal serieus te nemen? Op de eerder genoemde website staat iets verontrustends:
Een beperking van de temperatuurstijging tot 1.5 °C betekent dat de CO2-concentratie terug moet naar ongeveer 350 ppm. Deze kritische grens is al  overschreden. Het is met andere woorden onvoldoende om de uitstoot te reduceren. We zullen waarschijnlijk ook daadwerkelijk de CO2-concentratie moeten verlagen.”
Wat men hier schrijft bevestigt wat ik al eerder geschreven heb: we moeten de CO2 uitstoot niet beperken maar de CO2 concentratie in de atmosfeer van 400 ppm verlagen, zo mogelijk naar 350 ppm. Dit komt neer op zo’n 375 Gigaton (1 Gigaton = 1.000.000.000 ton) die we uit de lucht moeten verwijderen.
Doen we dit niet en blijft de uitstoot van het belangrijkste broeikasgas, CO2, doorgroeien, dan zal de  wereldwijde uitstoot in de rest van deze eeuw nog zo’n 4000 tot 5000 Gigaton bedragen. Dat zal leiden tot een mondiale temperatuurstijging van ongeveer 4 graden aan het eind van deze eeuw, dit alles volgens dezelfde studie van het "Planbureau voor de Leefomgeving".

Conclusie:

Vermindering van de CO2 uitstoot is eigenlijk zinloos. Zo lang we de CO2 niet grootschalig uit de atmosfeer willen en kunnen verwijderen, zal de opwarming van de aarde en de stijging van de zeespiegel verder toenemen.
Om CO2 uit de lucht te verwijderen en dan op te slaan zijn er allerlei methodes beschikbaar, maar die zijn zeer kostbaar. Ik zie dat dus  niet snel  gebeuren. Intussen neemt de CO2 concentratie elk jaar met 2 ppm toe, ondanks alle pogingen tot “uitstootbeperking”.



Bron:

https://hier.nu/klimaatbureau/pagina/co2-concentratie-de-kritische-grens
Planbureau voor de Leefomgeving
De 25 miljoen dollar kwestie




vrijdag 19 februari 2016

Nr 6 THORIUM CENTRALE 19 februari 2016


THORIUM voor KERNERGIE?  Nr. 6   19 februari 2016

Elektriciteitsopwekking is volop in het nieuws, vooral doordat men wil dat ze opgewekt wordt door wind en zon. Onze splinternieuwe kolencentrales moeten dicht en ook de enige kerncentrale wil men sluiten. Kolen geven te veel CO2 uitstoot en kernenergie is te gevaarlijk. Hoe begon men ooit met kernenergie? Eigenlijk door de geleerden: Hendrik Lorentz en Albert Einstein.

Begin twintigste eeuw begon men na te denken over een methode om materie om te zetten in energie. Volgens Einsteins beroemde formule E = MC2 zou dat mogelijk moeten zijn, maar helaas bleek dat niet eenvoudig. In het heelal komt dit volop voor, maar omzetting van materie in energie gebeurt op aarde alleen bij radioactieve elementen. Die vervallen in de loop van de tijd tot lichtere elementen waarbij energie vrijkomt. Einstein raadde de wetenschap dan ook aan in die richting te gaan zoeken.

In 1938 werd in Duitsland, door Otto Hahn, de kernsplijting bij het radioactieve element Uranium ontdekt. Daarbij bleek veel energie vrij te komen door massaverlies.

Hitler was intussen aan de macht, zag de potentie ervan en gaf opdracht met deze vinding een atoombom te ontwikkelen. Dit was in 1939 aanleiding voor Einstein om een brief aan President Roosevelt te schrijven over het gevaar dat Hitler een atoombom in handen zou krijgen, maar gelukkig lukte het de Duitsers niet om snel een atoombom te produceren. Roosevelt besloot ook wat te doen en gaf in 1941  Robbert Oppenheimer opdracht om een atoombom te ontwikkelen. Dit werd het “Manhattanproject”. Allerlei geleerden deden mee: Enrico Fermi, Richard Feynman, Niels Bohr, Leo Szilard en andere. (Einstein was hierbij trouwens niet rechtstreeks betrokken.) Het lukte hun wél, men wist twee bommen te maken: een Uranium en een Plutonium bom, die in 1945 op Japan afgeworpen werden en de oorlog daar beëindigden.

De oorlog met Duitsland was toen al voorbij. Duitsland verloor de race om de bom, maar intussen wist ook Rusland atoombommen te maken (en later de waterstofbom).

Met kerncentrales begon men pas in de vijftiger jaren. Met de kennis en het materiaal dat men verzameld had om atoombommen  te maken, was de volgende stap: elektriciteit opwekken. De ervaring die men had met Uranium en Plutonium, was de reden waarom er toen voor gekozen is om kerncentrales met een Uraniumcyclus te gaan bouwen, Thorium was niet in beeld.

De eerste kerncentrales werden in Rusland, Engeland en de USA  gebouwd en deze werkten (en werken) alle met kernsplitsing van Uranium, waar men door de ontwikkeling van kernwapens veel van wist. Thorium kwam (nog) niet aan bod hoewel dat volgens sommige veel geschikter voor een kerncentrale zou zijn dan Uranium.



-URANIUM:

Eerst wat over Uranium. Het is een licht radioactief element met atoomnummer 92, wat betekent dat de atoomkern 92 protonen bevat. Het Uranium dat in de natuur gevonden wordt bestaat voor ruim 99 % uit U238, ongeschikt voor kernenergie, want het is niet splijtbaar. De resterende één procent bestaat uit de isotopen U233, U234 en  U235, waarvan alleen de laatste (0,6%) bruikbaar is, want de atoomkernen daarvan zijn splijtbaar. Ook U233 is splijtbaar maar komt nauwelijks voor in natuurlijk Uranium.

Voor kernenergie moet het U235 percentage wel flink omhoog. Dit bereikt men door “verrijking” van Uranium, waarvoor in Almelo het bedrijf Urenco is opgericht, dat werkt met ultracentrifuges (Nederlandse uitvinding). Voor gebruik in kerncentrales moet het percentage U235 minimaal 3 à 4 % procent bedragen, voor kernwapens zelfs 80 à 90 %.

Heeft men de juiste hoeveelheid van dit “verrijkte” Uranium (“kritische massa”) dan kan een kettingreactie in gang gebracht worden. Dit gebeurt door met “langzame” neutronen de U235 atoomkernen te splijten, waarbij steeds weer nieuwe neutronen vrijkomen, die weer andere kernen kunnen splijten. Hierbij heeft enig massa verlies plaats, die in veel energie omgezet wordt. Met de vrijkomende energie wordt stoom geproduceerd waarmee  turbogeneratoren aangedreven kunnen worden.

Duitsland had indertijd moeite om langzame elektronen te produceren, men probeerde met “zwaar water” de neutronen af te remmen, maar dat lukte niet erg. In de USA deed men dit met grafiet dat veel beter werkte. Snelle neutronen zijn namelijk ongeschikt, vliegen overal dwars doorheen en splijten geen kernen.



-PLUTONIUM:

Tijden de kettingreactie, waar bij door het splijtproces steeds nieuwe vrije neutronen ontstaan, raken deze ook de niet splijtbare U238 atomen. Door het invangen van neutronen in de U238 kernen,  neemt het aantal protonen daarin met één toe en ontstaat er Plutonium 239, dat wél splijtbaar is en dus ook energie oplevert.

Plutonium is een radioactief element met atoomnummer 93 dat nauwelijks in de natuur voorkomt en eigenlijk een kustmatig element is. Dit Plutonium is zeer geschikt voor kernwapens en er liggen thans vele tonnen Plutonium opgeslagen in allerlei kernwapens, wat geen prettig idee is. Maar Plutonium kan dus ook als kernbrandstof gebruikt worden. Men noemt het wel de “gevaarlijkste stof op aarde”.



-THORIUM:

Nu Thorium, dat is een zwak radioactief element, met atoomnummer 90, niet helemaal ongevaarlijk: het geeft alfastraling (heliumkernen) af en vervalt langzaam tot het giftige Radon Rn220 gas en dat moet je beter niet inademen. Thorium is ruim voorradig op aarde, veel ruimer dan Uranium, het is niet splijtbaar en komt het meest voor als Th232 (90 protonen en 142 neutronen in de kern).

Echter, als een Thoriumkern een neutron invangt, ontstaat de isotoop Th 233 die na 22 minuten vervalt tot Protactinium: Pa 233, onder uitzending van elektronen (bètastraling). Dit Protactinium vervalt na 27 dagen tot Uranium U233 en dát is wel splijtbaar en dus geschikt voor kernenergie!

Worden U233 kernen met langzame neutronen gespleten, dan ontstaan ook weer nieuwe vrije elektronen, zodat bij voldoende U233 ook een kettingreactie in gang gezet kan worden waarbij door massaverlies energie wordt opgewekt.

Men denkt een Thoriumcentrale te ontwikkelen door het op te lossen in gesmolten fluoridezout (voor de koeling), maar er bestaat nog geen enkele kernreactor die zo werkt.

Wat zijn nu die voordelen van Thorium?

-De kernreactie zou veiliger verlopen.

-Al het Thorium wordt verbruikt (bij Uranium slechts 0,6%).

-Er ontstaat veel minder radioactief afval en dit heeft een veel kortere half waarde (300 jaar) . Het kernafval hoeft dus veel korter opgeslagen te worden dan het kernafval van Uranium centrales (25.000 jaar).

-Verrijking van Thorium en opwerking van het uitgewerkte materiaal is niet nodig.

Er zijn ook nadelen:

-Gesmolten zout is zeer agressief en zou de levensduur van de reactor kunnen bekorten.

-Optredende gammastraling kan materiaal ongunstig beïnvloeden.

-Met U233 kan men ook atoombommen maken.

-Misschien heeft men nog wel 20 jaar ontwikkeling nodig hoewel het volgens sommige in vijf jaar kan.

De voordelen van Thorium: beschikbaarheid en weinig afval zijn zó belangrijk dat men in landen als China en de USA er toch mee bezig is.

China opent al heel lang enkele kolencentrales per week, maar vanwege smog en de CO2 problematiek voelt men dat dat eigenlijk niet langer kan. Men heeft nu dan ook plannen om enkele tientallen kerncentrales te bouwen om aan de enorme energie behoefte te voldoen.

Alternatieve energie van zon en wind? Voorziet tot nu slechts in één procent van de wereld energiebehoefte.

Thoriumcentrales zouden er dus toch nog kunnen komen.


zondag 7 februari 2016

Nr.5 KOLENCENTRALES



Nr 5  KOLENCENTRALES  7 Februari 2016

De laatste maanden zijn de kolencentrales in Nederland nogal eens in het nieuws, vooral negatief. Ze zouden veel meer CO2 uitstoten dan andere centrales terwijl de totale CO2 uitstoot van Nederland juist omlaag moet, zoals afgesproken in Parijs.
Er staan 11 kolencentrales in Nederland, enkele gaan sluiten, twee zijn in aanbouw.
Ooit (een jaar of 10 geleden) bezocht ik de kolencentrale bij Nijmegen en dat was zeer indrukwekkend. Wat mij vooral opviel was het kolenverbruik: 1500 ton kolen per dag. Die worden iedere dag met duwbakken aangevoerd.
Bij verbranding van kolen komen o.a. vliegas en zwavel vrij. Die vliegas worden opgevangen en verzameld en daarvan kan bouwmateriaal gemaakt worden. De rookgassen laat men door kalkwater kopen waardoor de zwavel wordt gebonden tot gips (CaSO4), ook een prima bouwmateriaal. Is dat handel, kan men het gratis ophalen? Nee, bepaalde bedrijven willen het wel ophalen, maar alleen TEGEN BETALING! . 
Waarom is men zo negatief over kolencentrales? Kolencentrales stoten veel CO2 (kooldioxide) uit, maar bij de nieuw te bouwen kolencentrales zou men die afvangen. Ook de stikstof(oxide) is een probleem en daar zou men ook wat aan doen.
Een “centrale” zet brandstof om in elektriciteit en het is dus die brandstof waar het om gaat, want kolen stoten bij verbranding veel meer CO2 uit dan bijvoorbeeld aardgas. In kolencentrales kan wel “biomassa” verbrand worden, maar die speelt nog geen rol van betekenis en of die rol ooit belangrijker wordt betwijfel ik.
Er bestaan ook centrales die stookolie, dieselolie en (aard)gas  verstoken.
Dan hebben we nog Uranium als “brandstof” voor kernenergie, maar ondanks de voordelen daarvan zijn kerncentrales niet populair. Men is bang voor vrijkomende radioactiviteit en het radioactieve afval is een probleem. We hebben in Nederland één kerncentrale, die staat in Borssele en bij die ene is het gebleven. Het grote voordeel van een  kerncentrale is: geen CO2 uitstoot. Men vindt de veiligheid echter belangrijker! Jammer want Borssele levert meer stroom dan alle windmolens van Nederland bij elkaar.
Veel minder gevaarlijk zou een “Thorium” centrale zijn, maar er zijn nog steeds geen kerncentrales die met Thorium werken. Ook heel jammer want zo’n centrale zou vele voordelen hebben: veel veiliger, zeer weinig kernafval. Dat afval behoeft bovendien veel korter opgeslagen te worden dan kernafval van een Uranium centrale. Verder is er volop Thorium beschikbaar, men heeft er weinig van nodig en het is minder gevaarlijk dan Uranium en ook een Thoriumcentrale heeft geen CO2 uitstoot.
Nu in 2016 is de goedkoopste brandstof steenkool en in Nederland hebben we daarom een aantal kolencentrales, die zeer goedkoop grote hoeveelheden stroom produceren. Steenkool bestaat hoofdzakelijk uit C (koolstof) waardoor veel CO2 ontstaat. Nog een ander nadeel: een kolencentrale is niet erg flexibel, pieken en dalen in het stroomverbruik kunnen moeilijk opgevangen worden. Daarvoor moeten er “piek” centrales aanwezig zijn. Die werken meestal met gas waarmee gasturbines aangedreven worden. Gasturbines kunnen (op afstand) snel af- en aangezet worden, zijn relatief schoon, produceren weinig CO2, maar de stroom  is veel duurder dan steenkool. Er zijn thans wel vijftig centrales aanwezig in Nederland, die met gas werken.
In Duitsland is besloten dat alle kerncentrales op termijn worden gesloten. Men gaat voor wind- en zonne-energie, maar er wordt ook nog steeds veel bruinkool verstookt, daarvan hebben ze zeer veel in eigen land. Helaas,  bruinkool centrales zijn zeer vervuilend en stoten veel ongewenst spul uit.
Zijn er geen andere, schonere manieren om stroom op te wekken?  Jazeker. Er bestaan centrales die waterkracht m.b.v. stuwmeren gebruiken (in Noorwegen, Zwitserland etc.) of getijde werking toepassen (zou in Nederland kunnen). Ook wordt o.a. in IJsland en Nieuw Zeeland gebruik gemaakt van stoom, die uit de grond komt, om de turbogeneratoren aan te drijven.
Hoe wekt men stroom op in een kolencentrale? Met turbogeneratoren (stoomturbines die generatoren aandrijven). De daarvoor benodigde stoom wordt door ketels geleverd, die met steenkool gestookt worden.
Ketels kunnen ook met andere brandstof, zoals stookolie of biomassa, gestookt worden, maar steenkool is het goedkoopst.
Het verstoken van “biomassa” heeft voordelen, het zou “CO2 neutraal” zijn, maar er is niet genoeg van en dat CO2 neutraal is twijfelachtig. Thans zijn er ook vuilverbrandingsinstallaties gebouwd die eveneens stroom produceren. Ook afval is brandstof!
Alle centrales die (fossiele) brandstof verstoken hebben één ding gemeen: ze stoten, behalve CO2, nog allerlei andere troep uit. Die CO2  zou je in ieder geval op moeten vangen, maar …. waar laat je de opgevangen CO2? Ondergrondse opslag stuit op weerstand (remember Barendrecht). In oude gasputten onderzees misschien?
In Nederland zijn de laatste tijd nieuwe, moderne kolencentrales gebouwd of in aanbouw, die “schoon” zouden zijn. Men beloofde de CO2 (gedeeltelijk) op te vangen, maar daar is tot nu toe niets van terecht gekomen! Sluiten dus maar, zegt de milieubeweging, alle elektriciteit moet CO2 vrij met wind, zon en dergelijke opgewekt worden. En die enige kerncentrale die we hebben? Die zou men, net als in Duitsland, het liefst willen sluiten.
Helaas, de alternatieve energie: wind, zon, geothermisch, waterkracht, getijden centrales etc. leveren nog steeds slechts een fractie van de vraag naar elektriciteit. Wind en zonne-energie worden wel steeds belangrijker, maar hebben een groot nadeel: de levering is onbetrouwbaar. Geen of te veel wind, geen stroom. Weinig zon, weinig stroom, ’s nachts: geen stroom. Bovendien hebben deze alternatieve energiebronnen de stroomvoorziening danig in de war gebracht. Er is soms veel te veel en dan weer te weinig “groene” stroom en omdat stroom nog steeds niet (grootschalig) opgeslagen kan worden is die fluctuerende stroomopwekking problematisch, want de opgewekte stroom moet meteen verbruikt worden!
Het wordt dus tijd dat er een doorbraak op accugebied komt. Tesla is weliswaar bezig met een accu  voor huishoudens, de “Powerwall”,  maar die is nogal prijzig.
Wat zou er toch moeten gebeuren? Behalve wind en zon toch maar naar de kernenergie? Behalve kernenergie m.b.v. Uranium is er dus  Thorium. En ook is er nog kernfusie. Bij kernfusie wordt waterstof gefuseerd tot Helium, waarbij zeer veel energie vrij komt. Ook onze  zon werkt hiermee. Kernfusie zou volop schone energie leveren maar helaas denkt men nog tientallen jaren nodig te hebben voor een werkende kernfusie centrale.
Een centrale die werkt met Thorium zou sneller ontwikkeld kunnen worden: 5 tot 10 jaar, maar dan moet men wel willen!
Ik wacht af.